Diverse stooktechnieken

Rookstook

Er zijn vele manieren om werken te stoken. Een vrij snelle stook is de zogenaamde: Rookstook.
Voor een rookstook geldt, net als voor alle andere stoken waar geen glazuur wordt gebruikt, dat het werk zeer goed gepolijst moet zijn.
Dit polijsten doe je met bijvoorbeeld een polijststeentje. Hiermee wrijf je als het ware over het werk, waardoor alle steentjes die in de klei zitten naar binnen verdwijnen en de kleideeltjes op een bepaalde manier komen te liggen, waardoor er glans ontstaat.Zelf polijst ik altijd als het werk droog is, dus niet meer leerhard. Je moet dan altijd in je achterhoofd houden dat het werk nu zeer kwetsbaar is, gauw kan breken, dus niet te hard duwen, maar met beleid te werk gaan.

Na het polijsten kun je een Terra Sigillata aanbrengen.
Hierdoor kun je het werkstuk een andere kleur geven, want de kleislib, een zeer dunne, zuivere slib, kan rood zijn, zalmkleurig, maar ook kun je zelf nog allerlei kleuren/oxydes etc. toevoegen, om de kleur van je werkstuk te beïnvloeden.
In principe breng je 3 lagen Terra Sigillate aan, die je na het opbrengen van een laag oppoetst met een zachte doek om meer glans op je werk te krijgen.
Nadat het werk goed droog is, wordt het bisquit gebakken. Nu kan het in een ton met brandbaar materiaal gestookt worden. Doordat je niet werkt met een glazuur zul je moeten zorgen dat het vuur en de rook het werk doen, zo dat deze elementen het werk beinvloeden waardoor het een bepaalde decoratie krijgt.
Dit vergt enige oefening, maar het blijft dat ook deze stook onvoorspelbaar is, maar soms iets meer te beinvloeden is dan de andere stoken.

Er zijn veel factoren die een rol spelen bij het uiteindelijke eindresultaat.
Enkele voorbeelden: het brandbare materiaal, de hoeveelheid werken in de ton, het weer, het klimaat, de wind, de grote van de ton etc.
Deze methode van stoken kan heel lichte kleuren geven, maar ook heel donkere. Ook kunnen er kleurschakeringen voorkomen van rose-achtig tot blauw-achtig. Uiteraard zijn het niet de intensieve kleuren van de glazuren.

Nee, gelukkig niet...

eindresultaat
eindresultaat

Barrel Fire

Voor een barrelfire moet een werkstuk zeer goed gepolijst zijn. Dit polijsten doe je met bijvoorbeeld een polijststeentje. Hiermee wrijf je als het ware over het werk, waardoor alle steentjes die in de klei zitten naar binnen verdwijnen en de kleideeltjes op een bepaalde manier komen te liggen, waardoor er glans ontstaat. Hierna wordt het werk bisquit gebakken.
Ook is het mogelijk om voor het bisquit bakken het werk in te smeren met Terra Sigillata, een zeer dunne kleislib, die je na iedere opgebrachte laag (ongeveer 3) goed oppoetst met een zachte doek, waardoor glans ontstaat.
Deze Terra Sigillata kan wit zijn, maar ook rood, zalm, blauw, of iedere kleur die je er zelf aan wilt geven, waardoor je werk een bepaalde kleur kan krijgen.
Na de bisquitbrand wordt het werk in een ton geplaatst met in de wanden wat gaten voor de zuurstoftoevoer. (Er wordt dus geen glazuur gebruikt.)
Op de bodem komt een laag zaagsel, hierover strooi je zeezout en ijzeroxide, hierop plaats je het werk en strooi je er op en er om heen wat kopercarbonaat.(Uiteraard zijn allerlei andere combinaties mogelijk.) Daarop komt stro, waarop wat zout, en indien je dat wilt nog wat ijzeroxide. Hierop komt brandbaar materiaal zoals hout e.d. Het geheel moet volledig bedekt zijn en een langere tijd kunnen branden. Door middel van een paar krantenproppen wordt het aangestoken.Als er voldoende vlammen zijn en het vuur enige tijd brandt, wordt er een deksel op de ton geplaatst. Nu zal alles enorm gaan roken.
Dit roken kan 2 - 5 uur duren, afhankelijk van het brandbare materiaal en uiteraard de grote van de ton.De temperatuur die in de ton bereikt kan worden varieert van 200 - 600 graden.
De rooktijd, het brandbare materiaal, de temperatuur, de wind, het weer heeft allemaal invloed op het eindresultaat.
Wordt het lachen, of wordt het huilen... Als het werk afgekoeld is haal je het uit de oven en verwijder je de restanten folie Deze methode van stoken geeft het werk een vrij intensieve rood/oranje kleur, met zwarte en lichtere vlekken.
Net als bij het rookstoken en de barrelfire is het eindresultaat niet voorspelbaar. Waarbij opgemerkt moet worden dat over het algemeen de rood/oranje kleur bij de foliestook donkerder is.


eindresultaat
eindresultaat

Rakustook

Een andere manier van stoken is het zogenaamde "Raku stoken".
Een uitleg over wat "Raku stoken" is, kunt u hieronder direct lezen.
Rakustoken is van oorsprong een Japanse theeceremonie. De bisquit gebakken kommetjes werden na geglazuurd te zijn in een raku oven in ongeveer een uur tijd gebakken tot een temperatuur van zo'n 1.000 ºC. Nadat de kommen wat afgekoeld waren, werden ze uitgereikt aan de gasten en kon er thee uit gedronken worden.De bij ons bekende vorm van raku stoken is afkomstig uit Amerika. Die ontdekten dat wanneer je de werkstukken uit de hete raku oven haalt, het glazuur door de enorme temperatuurschok van 1.000 ºC - 20 ºC gaat barsten. Indien je nu deze stukken in een ton plaatst met bijvoorbeeld zaagsel, dan vat het zaagsel door de hitte direkt vlam. Laat het even goed branden, plaats de deksel op de ton en een enorme rookontwikkeling zal zich in de ton ontwikkelen.
Nu gebeuren er twee dingen:
- de rook dringt in de haarscheuren van het glazuur en vormt hierdoor de zgn. craquelé.
- Verder zullen alle delen die niet geglazuurd zijn zwart geblakerd worden
- De atmosfeer in de ton zal veranderen van een oxyderende n een reducerende (= zuurstofarm) waardoor de glazuren die koper bevatten van groen tot roodkoper kunnen veranderen.Dit hele proces is weinig te beïnvloeden. Veel is afhankelijk van allerlei faktoren, zoals snelheid opstoken van de raku oven, de eindtemperatuur, hoe snel iets uit de oven komt en het in de zaagselton gaat, de hoeveelheid vuur in de ton, etc. etc. Maar juist dit onvoorspelbare maakt rakustoken zo bijzonder. Het is en blijft een verrassing hoe een en ander uit de zaagselton komt en vooral hoe het er uit ziet als alle roet er van af gepoetst is.


Foliestook

Behalve "Raku"stoken, kun je het werk ook verpakt in aluminumfolie in de raku-oven stoken.

Voor het foliestoken moet het werk heel goed gepolijst zijn, daarna wordt het bisquit gebakken en ingesmeerd met bijvoorbeeld een ijzersulfaat.

Nadat het werkstuk goed droog is, pak je het werk in aluminiumfolie, wat je hier en daar ingesmeerd hebt met lijm, waarop wat zaagsel en zeezout wordt gestrooid. Het folie moet overal om het werk zitten.
Deze pakketjes leg je in de raku-oven en stook je snel op tot 700-800 graden.Als het werk afgekoeld is haal je het uit de oven en verwijder je de restanten folie.

Deze methode van stoken geeft het werk een vrij intensieve rood/oranje kleur, met zwarte en lichtere vlekken.
Net als bij het rookstoken en de barrelfire is het eindresultaat niet voorspelbaar. Waarbij opgemerkt moet worden dat over het algemeen de rood/oranje kleur bij de foliestook donkerder is.